The Truth Thursday,  Vraag het Daniëlle

“Help, mijn kind weigert te eten!” & “Wanneer vertel je jouw kind dat ‘de vader’ een donor is?”

Hoi lieve lezers,

Yes, ik mag deze week weer twee ingezonden vragen beantwoorden! De eerste vraag was vrij duidelijk en specifiek, laten we daar mee beginnen. De tweede vraag heb ik wat breder getrokken, omdat dit een vraag betreft van – vaak – alle leeftijden. Lees je mee? Here we go!

Vanaf welke leeftijd en hoe vertel je een kindje dat ‘de vader’ een donor is? 

Dank voor je vraag. Ik kan mij voorstellen dat deze situatie je even goed aan het denken zet. En chapeau dat je hier nu (al) over na denkt, in het belang van je kindje. Om maar alvast met de deur in huis te vallen: er is geen pasklaar-zwart-wit antwoord. Wel is er inmiddels best wat wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, waardoor we al wat meer weten. Ook zijn er interessante afwegingen die je kunt maken, we lopen ze in deze blog gewoon even door.  

Puzzelstukjes van je identiteit 

Kinderen maar ook volwassenen hebben veelal de behoefte om te ontdekken waar zij vandaan komen. We zijn nieuwsgierig naar hoe wij zijn ontstaan. Ik noem dit altijd ‘de puzzelstukjes van je identiteit’. Het maakt ons compleet om te weten wie biologisch aan ons verwant is. En dit hoeft helemaal niks te zeggen over de relatie met degene waar je biologisch mee verbonden bent. Een donor vader kan puur de verwekker zijn, terwijl de ‘vader/moeder’ zonder bloedband wel degelijk ook echt de ‘papa/mama’ is. Ouderschap gaat natuurlijk niet alleen om een biologisch verband met elkaar. Een leuk weetje is dat kinderen ook zelfs écht kunnen gaan lijken op niet-biologische ouders. Bijvoorbeeld bepaalde humor of trekjes. Dit gezegd hebbende maken we de sprong naar, hoe en wanneer vertel je een kindje dit? 

Later vertellen of verzwijgen?

Uit een aantal onderzoeken blijkt dat verzwijgen van het donorschap schade kan gaan geven in de ontwikkeling van een kind. Waarom? Sommige kinderen kunnen haarfijn aanvoelen dat er iets aan de hand is. Blikken die elkaar kruisen of gekke ontdekkingen doen maken dat een kind ‘zoekende’ is in wat er aan de hand is. Een kind kan zich anders gaan voelen. Los hiervan: wat zou je zelf willen als kind? Over het algemeen zegt een gemiddelde volwassene dat eerlijkheid heel belangrijk is, waarom dan niet over dit onderwerp? Wanneer een kind pas later tot ontdekking komt – hoe het daadwerkelijk zit – kan het vertrouwen tussen jullie ook nog beschadigd raken. 

Wanneer?

Oke, maar wanneer vertel je dit dan? Na de wetenschappelijke literatuur te zijn ingedoken lijkt er wel een soort voorzichtige conclusie naar voren te komen. Namelijk: hoe jonger je het vertelt aan een kind hoe fijner dit is. Daar is geen specifieke leeftijd aan gebonden, ik zou zeggen: kijk goed naar je kind. En daar kan ik mij persoonlijk ook wel in vinden. Ik hoorde een meisje van drie jaar ooit eens zeggen: ‘ik heb een zaadjes papa en een echte papa, wat een mazzel he?’. Wij maken er soms iets groots van, maar kinderen zien het allemaal nog een stuk minder ingewikkeld. Zo vroeg mogelijk eerlijk zijn is hierin handig. Natuurlijk wel op het (taal) niveau van het kind, bedenk goed van te voren wat fijn is voor je kind om te weten. Ingewikkelde dilemma’s spelen af in het hoofd van een volwassenen, daar hoeft een kind niet mee belast te worden.

Maar hoe dan?!

Ok, maar hoe vertel ik het dan? Goed nieuws: er bestaan prentenboeken over dit onderwerp. Wanneer je zoekt (google) op FIOM en boekjes over ‘donorschap’ kun je een hoop vinden. Je kunt het vertellen door middel van een prentenboek, maar ook tijdens – bij wijze van – een ritje op de fiets. Dat klinkt wellicht wat luchtig, maar dat is denk ik ook het sleutelwoord. Jonge kinderen nemen vaak nog van alles aan als een ‘gegeven’. Als bijvoorbeeld een opa of oma overlijdt is een kind natuurlijk verdrietig, maar tegelijkertijd willen ze een half uurtje later vaak weer spelen met de barbies. Jonge kinderen leven nog in het hier-en-nu. Dat wil niet zeggen dat er later geen vragen komen. Hoe eerder je er transparant over kunt praten hoe minder ‘groot’ ding het later wordt. Het zal een proces zijn voor jezelf én voor je kind. Maar als jij de liefdevolle basis blijft voor je kind ben ik er van overtuigd dat dit wel zijn weg zal vinden. Veel geluk gewenst!  

Mijn kind is een slechte eter, hij weigert alles wat ik hem voorschotel!

Bingo! Dit is toch wel één van de meest voorkomende vragen van ouders. Eetproblemen bij kinderen zien wij vaak, met name bij jonge kinderen. Maar liefst 20-30% van de ouders krijgen hier mee te maken. Ook oudere kinderen kunnen hier nog last van hebben. Het is een logische vraag, elke ouder ziet het liefst af en toe een groene rakker naar binnen gaan. We hebben bouwstoffen nodig om te groeien en dat willen we toch allemaal; onze koters zo gezond mogelijk groot krijgen. Als dat eten niet zo soepel verloopt maken ouders zich al snel zorgen.

Alvast ter geruststelling: de alarmbellen hoeven nog niet af te gaan als je kind geen groente of geen fruit eet. Het één vangt eigenlijk het ander wel op. Eet je kind allebei niet dan kun je ter geruststelling wel een voedingssupplement geven. Maar echt nodig is dit waarschijnlijk ook niet. Als je kind gewoon goed groeit en levendig is haalt het zijn voedingsstoffen wel uit ander eten. Als je kind bijna niets lust zegt dit overigens niets over de toekomst. Ter illustratie: mijn broertje at vroeger het liefst enkel patat en frikadellen (niet gelogen). Nu is hij een hele goede kok en eet hij het liefst zo ingewikkeld en decadent mogelijk. 

Tips en trics

Probeer eten ‘leuk’ te maken. Ga samen naar de supermarkt en bekijk eens wat er allemaal te koop is. Moedig je kind aan door te proeven. Eventueel kun je aangeven dat een kind het ook weer mag uitspugen als hij/zij het niet lekker vindt. Mijn vuistregel is: proeven = winst. Ongedwongen en speels. Probeer ‘straffen’ te vermijden rondom eten, houd het positief. Het ‘eet-je-bord-leeg-anders-mag-je-niet-van-tafel’ wordt nog wel eens ingezet bij ouders met moeilijke eters, maar over het algemeen levert dit niet zoveel op. Geen aanrader dus. Je kunt eens bekijken hoe je eten overzichtelijker kunt aanbieden, door bijvoorbeeld een bord van ‘dinner winner’. Er zit ook nog een speels element in zo’n bord, veel kinderen krijgen hierdoor weer wat meer plezier in het eten. 

Genenpakket

We hopen natuurlijk dat we als ouder met onze opvoeding a-l-l-e-s kunnen beïnvloeden. Helaas. Er zijn nu eenmaal kinderen die eetproblemen bij wijze van in hun ‘genenpakket’ hebben zitten. Als ik mijn eigen boys even als voorbeeld neem; mijn oudste eet werkelijk waar alles. Toen dacht ik natuurlijk ook nog dat dit door mijn goede opvoed skills kwam. Helaas was niets minder waar toen mijn middelste een kieskeurige eter was. Tenslotte is mijn jongste (2.5) vooral een veelvraat. Veel vet en suiker, dat is waar hij van houdt. De dag moet nog komen dat ik hem iets groens zie eten.

Grrr, ik heb werkelijk alles geprobeerd. En nu?!

Als je kind gewoon goed groeit en levendig is zou ik het volgende adviseren: LET IT GO. Wij willen als ouders vaak de controle houden. Ik denk dat dit herkenbaar is voor veel ouders. In dat geval zou ik zeggen; geef de touwtjes maar eens uit handen. Laat je kind maar bepalen. Je biedt iets aan, wellicht nog één alternatief of je laat je kind kiezen. Geen gepush of aandringen. Complimenteer als er gegeten wordt en negeer als er niet gegeten wordt. Of dit moeilijk is? Ja, hartstikke moeilijk, maar je kind zal ook merken dat je wellicht relaxter bent rondom het eetmoment. Dit kan ook weer een positief effect hebben op het eetgedrag van je kind. Onthoud dat je kind het wel héél bont moet maken wil het ‘slecht eten’  écht schadelijk zijn. Succes gewenst!

Volgende keer weer twee splinternieuw vragen die ik voor jullie ga beantwoorden. Keep up the good work én tot de volgende keer. 

Liefs, Danielle

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *